ECLI:NL:GHSGR:2011:BW1017
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot betaling wederrechtelijk verkregen voordeel uit diefstal
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage inzake de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door diefstal. De verdachte was eerder veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij hij samen met een mededader televisies en geld uit een woning had weggenomen.
De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €4.960,43 en de verdachte veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan de Staat. Het hof vernietigde dit vonnis omdat onvoldoende aannemelijk was dat de verdachte voordeel had genoten uit het eerste bewezen feit. De vordering tot ontneming van voordeel uit dat feit werd afgewezen.
Voor het tweede bewezen feit stelde het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €1.350, gebaseerd op een rapport en verklaringen van de verdachte. De waarde van de televisies werd vastgesteld op €1.400, waarvan de verdachte de helft zou ontvangen, en het geldbedrag op €650. De vordering van het openbaar ministerie tot betaling van €5.371,99 werd afgewezen, en de verdachte werd verplicht tot betaling van €1.350 aan de Staat.
Het hof constateerde een geringe overschrijding van de redelijke termijn maar verbond hieraan geen rechtsgevolgen. Het vonnis werd uitgesproken op 21 oktober 2011.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €1.350 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.