ECLI:NL:GHSGR:2011:BW0959
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.E. Mos-Verstraten
- G.J.W. van Oven
- A.M. Zwaneveld
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij vastgesteld op €3.600
De verdachte werd veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet, namelijk het verkrijgen van wederrechtelijk voordeel uit een hennepkwekerij. Na eerdere vonnissen en arrest van het hof en vernietiging door de Hoge Raad, werd de zaak opnieuw behandeld door het hof.
Het hof baseerde de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de verklaring van de verdachte, het proces-verbaal van de politie en wetenschappelijke standaardnormen. Uitgangspunt waren twee oogsten met een gemiddelde opbrengst van €3.250 per oogst, 284 planten per oogst, directe kosten van €4,40 per plant en afschrijvingskosten van €200 per oogst. Investeringskosten werden gematigd vastgesteld op €4.000 voor de kwekerij.
De totale berekening resulteerde in een wederrechtelijk verkregen voordeel van €3.600, dat de verdachte aan de Staat moet betalen. Het hof verwierp het verweer dat de verdachte niet over voldoende draagkracht beschikt om te betalen. Het vonnis van het hof vernietigde het eerdere vonnis en legde deze betalingsverplichting op.
Het arrest werd uitgesproken op 25 november 2011. Mr. A.M. Zwaneveld kon het arrest niet ondertekenen wegens afwezigheid.
Uitkomst: De verdachte is verplicht tot betaling van €3.600 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.