ECLI:NL:GHSGR:2011:BV6349
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen onpartijdigheid van rechters in strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte via zijn raadsman een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en raadsheren van het hof, stellende dat zij niet onpartijdig zouden zijn. Het verzoek betrof met name het besluit van het hof om af te zien van het horen van een getuige, ondanks eerdere aanwijzingen dat de omstandigheden waren gewijzigd.
De wrakingskamer heeft het verzoek op 2 december 2011 behandeld, waarbij zowel de verdachte als zijn raadsman zijn gehoord. De advocaat-generaal heeft het standpunt ingenomen dat het verzoek ongegrond is en dat het hof voldoende pogingen heeft gedaan om de getuige te horen. Tevens is gesteld dat eerdere wrakingsverzoeken met dezelfde grondslag reeds waren afgewezen.
De wrakingskamer oordeelt dat het vermoeden van onpartijdigheid van de rechters niet is doorbroken. De beslissing om niet verder te procederen met het horen van de getuige was gebaseerd op een reeks eerdere beslissingen en omstandigheden. Ook het subsidiaire verzoek om betrokkenen bij de rogatoire commissie te horen werd afgewezen zonder dat dit wijst op vooringenomenheid.
Ten slotte is het uitstel van een beslissing over de bevoegdheid van de rechtbank niet indicatief voor partijdigheid. De wrakingskamer concludeert dat geen uitzonderlijke omstandigheden bestaan die het vermoeden van onpartijdigheid doorbreken en wijst het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.