ECLI:NL:GHSGR:2011:BV6063
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.E. Mos-Verstraten
- G.J.W. van Oven
- A.M. Zwaneveld
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor weigering ademlucht te blazen onder invloed alcohol
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het niet voldoen aan de verplichting om ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat, zoals voorgeschreven in artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft het bewijs beoordeeld en acht bewezen dat de verdachte op 10 november 2010 te Rijswijk als bestuurder van een auto niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen en de aanwijzingen van de opsporingsambtenaar niet is nagekomen. De verdediging voerde aan dat het proces-verbaal onjuistheden bevatte en dat de verdachte recht had op vier blaaspogingen, terwijl zij slechts driemaal mocht blazen. Ook werd aangevoerd dat bij het falen van de ademanalyse een bloedproef had moeten worden afgenomen, wat niet is gebeurd.
Het hof verwierp deze verweren omdat het proces-verbaal betrouwbaar is, de eerste drie blaaspogingen geen meetresultaat opleverden en een vierde poging niet mogelijk was. Ook was het falen van de ademanalyse het gevolg van het niet correct blazen door de verdachte. Er was geen reden om af te wijken van de strafbaarheid.
De straf werd bepaald op een geldboete van €1.000,-, bij gebreke van betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 9 maanden, waarvan de ontzegging geheel voorwaardelijk werd opgelegd met een proeftijd van 2 jaar. De tijd dat het rijbewijs administratief was ingevorderd, wordt in mindering gebracht. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het feit dat zij haar rijbewijs nodig heeft voor werk.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €1.000,- en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor 9 maanden wegens weigering ademlucht te blazen.