ECLI:NL:GHSGR:2011:BV3532
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- L.A.J.M. van Dijk
- Chr.A. Baardman
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit handel in harddrugs
De veroordeelde werd samen met zijn broer veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met de Opiumwet. Het hof onderzocht de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel over de periode 2002-2005, waarbij gemiddeld 33 leveringen per dag en een omzet van €18 per levering werden gehanteerd.
De totale omzet werd vastgesteld op €648.648,- met een winstpercentage van 60%, resulterend in een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €238.863,- voor beiden. Het aandeel van de veroordeelde werd op 2/12 van dit bedrag geschat, oftewel €39.810,50.
Vanwege een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn matigde het hof de betalingsverplichting met 20%, waardoor de veroordeelde €31.848,- aan de Staat moet betalen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht op basis van deze berekeningen.
Uitkomst: De veroordeelde moet €31.848,- betalen aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.