ECLI:NL:GHSGR:2011:BV2236
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2004 ongegrond verklaard
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2004, die aanvankelijk werd vastgesteld op een belastbaar inkomen van €19.069. De Inspecteur verminderde de aanslag ambtshalve tot een belastbaar inkomen van €16.603, wat resulteerde in een te ontvangen bedrag van €941. Belanghebbende en zijn echtgenote bevestigden schriftelijk akkoord te gaan met deze vaststelling.
Na een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof ’s-Gravenhage. Tijdens het hoger beroep werd het onderzoek heropend, schriftelijke vragen gesteld en een nadere mondelinge behandeling gehouden waarbij beide partijen verschenen.
Het geschil betrof de vraag of de aanslag te hoog was vastgesteld. Belanghebbende voerde aan dat dit het geval was, terwijl de Inspecteur de juistheid van de aanslag handhaafde. Het Hof stelde vast dat belanghebbende geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die een hogere aanslag onjuist zouden maken.
Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2004 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.