ECLI:NL:GHSGR:2011:BV0511
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van den Wildenberg
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsom bij begeleide omgang tussen vader en minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht waarin een dwangsom was opgelegd voor het niet medewerken aan begeleide omgang tussen de vader en de minderjarige. De omgangsregeling was vastgesteld als begeleide omgang bij Trivium te Zwolle. De moeder had verzocht om vernietiging van de beschikking en aanvullende onderzoeken naar het belang van de omgang en de psychische gezondheid van de vader.
Het hof heeft het hoger beroep deels behandeld. De moeder trok haar verzoeken in die gericht waren tegen de begeleide omgang zelf, maar handhaafde het beroep tegen de dwangsom. De vader stelde dat de dwangsom niet ambtshalve was opgelegd, maar na overleg en verweer van de moeder. Het hof oordeelde dat de rechtbank wel ambtshalve een dwangsom kan opleggen op grond van artikel 1:253a, vijfde lid, BW, indien geen overeenstemming is bereikt en het belang van het kind dit niet tegenhoudt.
Het hof stelde vast dat de moeder inmiddels medewerking verleent aan de omgangsregeling, waardoor de noodzaak van de dwangsom ontbreekt. Daarnaast zou het opleggen van de dwangsom de onderlinge verhouding tussen ouders kunnen schaden en spanningen bij het kind veroorzaken. Daarom vernietigde het hof de dwangsom en wees het overige beroep af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de dwangsom opgelegd aan de moeder en bepaalt dat geen dwangsom verschuldigd is.