ECLI:NL:GHSGR:2011:BV0154
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning ondanks onderhoudsgebreken en omgevingsfactoren
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de Inspecteur initieel op €508.000 was gesteld en na bezwaar was verlaagd naar €224.000. Zij stelde dat de woning in deplorabele staat verkeert en dat herstelkosten van ruim €300.000 in aanmerking genomen moesten worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof ’s-Gravenhage bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur met een onafhankelijk taxatierapport en vergelijkingsobjecten de waarde op een juiste wijze had vastgesteld. Er was ruimschoots acht geslagen op verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten, waaronder de staat van onderhoud, ligging en omgevingsfactoren zoals overlast van nabijgelegen bedrijven en water op het perceel. De taxateur had een extra waardedruk van €204.000 in rekening gebracht, wat volgens het Hof voldoende was om de gebreken te compenseren.
De rechtbank en het Hof wezen erop dat een inpandige taxatie niet verplicht is en dat de Inspecteur niet tekort was geschoten in zijn motivering. De waarde van €224.000 werd als voldoende aannemelijk beschouwd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Deze uitspraak bevestigt dat bij WOZ-waardebepaling niet alleen de herstelkosten van achterstallig onderhoud bepalend zijn, maar ook dat rekening wordt gehouden met marktgegevens, vergelijkingsobjecten en waardedrukkende factoren in de omgeving.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van de woning op €224.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.