ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6058
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Labohm
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij te laat betaald griffierecht in alimentatiezaak
Verzoekers, een moeder en haar jongmeerderjarige kind, kwamen in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die hun verzoek tot wijziging van alimentatie had afgewezen. Het hof stelde vast dat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift was betaald, maar pas na ruim acht weken.
De advocaat van verzoekers voerde aan dat de nota griffierecht niet was ontvangen en dat de moeder vanwege een herseninfarct en financiële omstandigheden van de jongmeerderjarige een onbillijkheid van overwegende aard zou ondervinden bij niet-ontvankelijkheid. De advocaat van de vader betoogde dat het niet ontvangen van een nota geen verschoonbare reden is voor te late betaling.
Het hof oordeelde dat de wettelijke termijn strikt is en dat het niet ontvangen van een nota geen geldig excuus is. Echter, het hof vond het beroep op de hardheidsclausule in artikel 282a, vierde lid Rv, gelet op de omstandigheden en belangen van partijen, voldoende om verzoekers ontvankelijk te verklaren. De zaak zal op een later moment inhoudelijk worden behandeld.
Uitkomst: Verzoekers worden ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep ondanks te late betaling van het griffierecht.