ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6018
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Labohm
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij te laat betaald griffierecht
De vader is in hoger beroep gekomen tegen beslissingen van de rechtbank over de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kinderen. Bij de rechtbank was hij veroordeeld in de proceskosten van de moeder, met een betalingstermijn van vier weken voor het griffierecht.
Het hof constateert dat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn van vier weken na indiening van het beroepschrift is betaald. De vader ontving de nota griffierecht op 17 mei 2011, ruim voor de uiterste betaaldatum van 3 juni 2011, maar betaalde pas op 19 augustus 2011. Hij stelde dat dit mede te wijten was aan late verzending van nota's door het hof en administratieve fouten op zijn kantoor.
Het hof oordeelt dat het niet tijdig ontvangen van de nota geen geldig excuus is, omdat de wettelijke termijn en betalingsverplichting duidelijk zijn en een advocaat geacht wordt deze regels te kennen. Het risico van te late betaling komt voor rekening van de vader. Er zijn geen omstandigheden die een onbillijkheid van overwegende aard rechtvaardigen om de niet-ontvankelijkheid buiten toepassing te laten.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader niet-ontvankelijk wegens te late betaling van het griffierecht.