ECLI:NL:GHSGR:2011:BU6003
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Husson
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te laat betaald griffierecht
De vader is op 1 juni 2011 in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht waarin alimentatieverplichting was vastgesteld. Het griffierecht had uiterlijk 29 juni 2011 betaald moeten zijn, maar dit is niet gebeurd. Tijdens de mondelinge behandeling op 22 september 2011 was het griffierecht nog niet ontvangen door het hof.
De vader stelde dat hij wegens familieomstandigheden in Turkije was en zijn familie in Nederland het griffierecht zou betalen, wat niet is gebeurd. Hij verzocht het hof om hem alsnog in de gelegenheid te stellen het griffierecht te voldoen en het beroep ontvankelijk te verklaren op basis van de hardheidsclausule. Het hof oordeelde echter dat de vader dit beroep onvoldoende had onderbouwd en dat de advocaat medeaansprakelijk is voor tijdige betaling.
Het hof concludeerde dat geen onbillijkheid van overwegende aard was aangetoond die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen. Het belang van de vader werd niet onevenredig geschaad, mede omdat hij na niet-ontvankelijkheid opnieuw een verzoek bij de rechtbank kan indienen. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.