ECLI:NL:GHSGR:2011:BU5112
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- L.A.J.M. van Dijk
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak heimelijk filmen in doucheruimte en slaapruimte wegens ontbreken dwingen en seksuele handeling
In deze strafzaak stond de verdachte terecht wegens het heimelijk filmen van twee personen terwijl zij zich uitkleedden of gebruik maakten van de douche, waarbij sprake zou zijn van ontuchtige handelingen volgens artikel 246 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank sprak de verdachte in eerste aanleg vrij, maar het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep. Het hof heeft het bewijs opnieuw beoordeeld en geoordeeld dat er geen sprake was van dwingen, aangezien de gefilmde personen niet bemerkten dat zij werden gefilmd. Bovendien oordeelde het hof dat heimelijk filmen, ook met de intentie om de beelden te gebruiken voor lustbevrediging, niet kwalificeert als een seksuele of ontuchtige handeling in de zin van artikel 246 Sr Pro.
Daarom verklaarde het hof dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van een benadeelde partij werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard wegens de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van dwingen en seksuele handeling bij heimelijk filmen.