ECLI:NL:GHSGR:2011:BU4764
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Pannekoek-Dubois
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Verdeling echtelijke woning en inboedel na echtscheiding met natuurlijke verbintenis
In deze zaak stond de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden en de verdeling van de eenvoudige gemeenschap tussen partijen centraal, met name de verdeling van de echtelijke woning, de inboedelgoederen en gezamenlijke bankrekeningen.
De vrouw stelde dat de man bij de aankoop van de woning een natuurlijke verbintenis is aangegaan door vermogen aan haar over te hevelen, omdat zij destijds geen eigen vermogen of inkomen had. Het hof oordeelde dat er inderdaad sprake was van een natuurlijke verbintenis, waardoor de vrouw recht heeft op de helft van de opbrengst van de inmiddels verkochte woning. De man had onvoldoende feiten aangevoerd om dit te weerleggen.
Ten aanzien van de inboedelgoederen stelde de vrouw eveneens een natuurlijke verbintenis, maar het hof vond onvoldoende bewijs hiervoor. De inboedel wordt daarom geacht voor de helft aan beide partijen toe te behoren conform artikel 1:131 BW Pro. Het hof bekrachtigde verder de beslissing dat de man een bedrag van € 50.000,- uit het gemeenschappelijke tegoed mocht terugnemen ter compensatie van privé-uitgaven die hij had gedaan.
Een verzoek van de man tot vermeerdering van de vordering wegens betaalde vermogensbelasting werd afgewezen omdat dit te laat was ingediend, na de mondelinge behandeling. Het hof vernietigde de eerdere beschikking over de woningverdeling en bepaalde dat ieder de helft van de verkoopopbrengst en inboedel krijgt, terwijl de overige beslissingen werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de echtelijke woning en inboedel gelijk verdeeld worden, vernietigt de eerdere beschikking over de woning en wijst de vermeerdering van de vordering af wegens te late indiening.