ECLI:NL:GHSGR:2011:BU4292
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Husson
- Van Veen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkrachtverdeling bij schulden en stiefdochter
In deze civiele zaak stond de vaststelling van de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie ter discussie. De vader was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die een bijdrage van €300 per maand per kind met terugwerkende kracht vanaf 19 maart 2007 had vastgesteld. Hij voerde aan onvoldoende draagkracht te hebben vanwege een hoge schuldenlast en dat hij pas bij beschikking op de hoogte was van het verzoek, waardoor een latere ingangsdatum redelijk was.
Het hof oordeelde dat de vader terecht stelde dat hij niet eerder dan de datum van de beschikking op de hoogte was van het verzoek, en stelde daarom de onderhoudsverplichting in vanaf 12 januari 2011. De moeder beschikte niet over voldoende draagkracht, zodat de kosten volledig voor rekening van de vader kwamen, voor zover zijn draagkracht dat toeliet.
De draagkrachtberekening van de vader werd grotendeels gevolgd, waarbij het hof rekening hield met een bruto jaarinkomen van €53.390, een bijstandsnorm voor een alleenstaande, en een redelijke woonlast van €393 per maand. De omgangskosten van €130 per maand werden als redelijk aangenomen. Van de schulden werd rekening gehouden met de hypotheekaflossing van €821 per maand en de rente op een flexibel krediet van €193 per maand, maar niet met een niet-onderbouwd privékrediet.
Gezien de onderhoudsplicht jegens zijn stiefdochter werd de beschikbare draagkracht van €337 per maand gelijkelijk verdeeld over drie kinderen, wat resulteerde in een kinderalimentatie van €112 per maand per kind. De bestreden beschikking werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe vaststelling.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €112 per maand per kind met ingang van 12 januari 2011, rekening houdend met de draagkracht en schulden van de vader.