ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3440

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
7 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.084.794/01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kamminga
  • Mink
  • Pijls-olde Scheper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:401 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging nihilstelling partneralimentatie per 28 januari 2011

In deze zaak stond de ingangsdatum van de nihilstelling van de partneralimentatie tussen de man en de vrouw centraal. De rechtbank Rotterdam had bij beschikking van 28 januari 2011 de alimentatie van de man aan de vrouw met ingang van die datum op nihil gesteld, terwijl eerder op 22 december 2008 een maandelijkse uitkering van €500 was vastgesteld.

De man kwam in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte de ingangsdatum op 28 januari 2011 had bepaald en dat deze datum teruggedraaid moest worden naar 22 december 2008. Hij voerde aan dat de beschikking van 22 december 2008 van aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven voldeed, omdat deze was gebaseerd op onvolledige gegevens.

Het hof oordeelde echter dat de man onvoldoende feiten en bewijs had gesteld en overgelegd om aan te tonen dat de eerdere beschikking onjuist was. Hierdoor had hij niet voldaan aan zijn stelplicht. Ook in hoger beroep bracht hij geen nieuwe feiten aan. Het hof zag daarom geen reden om de ingangsdatum van de nihilstelling te wijzigen en bekrachtigde de beschikking van 28 januari 2011.

De zaak illustreert het belang van de stelplicht bij verzoeken tot wijziging van alimentatie en de strikte toepassing van artikel 1:401 lid 4 BW Pro, dat wijziging of intrekking van een beschikking alleen toestaat indien deze van aanvang af niet aan wettelijke maatstaven voldoet door onjuiste of onvolledige gegevens.

Uitkomst: De partneralimentatie blijft met ingang van 28 januari 2011 op nihil gesteld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Uitspraak : 7 september 2011
Zaaknummer : 200.084.794/01
Rekestnr. rechtbank : F1 RK 10-1227
[De man],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. S.C. Dikkers te Vlaardingen,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De man is op 30 maart 2011 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 28 januari 2011 van de rechtbank Rotterdam.
De zaak is op 18 augustus 2011 mondeling behandeld.
Ter zitting was aanwezig:
- namens de man zijn advocaat.
De man en de vrouw zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.
Bij en met ingang van de datum van die beschikking heeft de rechtbank, met wijziging van de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 22 december 2008, de door de man aan de vrouw te betalen uitkering tot levensonderhoud op nihil bepaald. Bij beschikking van 22 december 2008 was die uitkering vastgesteld op € 500,- per maand.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is ten aanzien van de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw, hierna: partneralimentatie, de ingangsdatum van de nihilstelling.
2. De man verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen (het hof leest: uitsluitend voor zover het de ingangsdatum van de nihilstelling betreft) en, in zoverre opnieuw beschikkende, de ingangsdatum van de nihilstelling te bepalen op 22 december 2008.
3. De man stelt dat de rechtbank ten onrechte heeft beslist dat 28 januari 2011 de ingangsdatum is voor de nihilstelling van de door hem aan de vrouw te betalen alimentatie. De man voert daartoe aan dat hij in het petitum van zijn inleidend verzoekschrift heeft verzocht om bij beschikking te bepalen dat de beschikking, afgegeven op 22 december 2008, wordt gewijzigd met ingang van de datum van afgifte van die beschikking. De man stelt dat de rechtbank zijn petitum kennelijk verkeerd heeft gelezen.
4. Ter terechtzitting van het hof heeft de advocaat van de man verklaard dat het inleidende verzoek en het aanvullende verzoek van de man in eerste aanleg aldus moeten worden begrepen dat als grondslag gesteld wordt dat de beschikking van 22 december 2008 van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft voldaan.
5. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:401, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud worden gewijzigd of ingetrokken, indien zij van aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
6. De man heeft in het inleidend verzoekschrift slechts gesteld dat hij onvoldoende inkomsten had en heeft om een dergelijke bijdrage te betalen en dat hij zijn eigen bedrijf heeft gestaakt. De man heeft daarmee evenwel niet door het stellen van feiten onderbouwd dat en in hoeverre de beschikking van de aanvang niet aan de wettelijke maatstaven heeft voldaan doordat bij die uitspraak van onvolledige gegevens is uitgegaan. Evenmin heeft de man enig stuk overgelegd ter onderbouwing van de door hem gestelde grondslag en zijn huidige draagkracht. De man heeft daarmee niet voldaan aan zijn stelplicht. Gelet hierop had de rechtbank naar het oordeel van het hof het verzoek van de man in eerste aanleg volledig moeten afwijzen. In hoger beroep heeft de man niet meer of anders gesteld, zodanig dat dit tot de conclusie kan leiden dat de man (inmiddels) wel heeft voldaan aan zijn stelplicht.
Aangezien de rechtbank de alimentatie ten behoeve van de vrouw echter met ingang van de datum van de bestreden beschikking op nihil heeft bepaald en de vrouw daartegen van haar kant in hoger beroep niet is opgekomen, wordt het geschil in hoger beroep thans begrensd door het verzoek voor wat betreft de periode van 22 december 2008 tot 28 januari 2011.
7. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ziet het hof geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum van de nihilstelling in aanmerking te nemen dan 28 januari 2011. Het hof zal de bestreden beschikking derhalve bekrachtigen.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
bekrachtigt de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, Mink en Pijls-olde Scheper, bijgestaan door Suderée als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2011.