ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3440
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mink
- Pijls-olde Scheper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling partneralimentatie per 28 januari 2011
In deze zaak stond de ingangsdatum van de nihilstelling van de partneralimentatie tussen de man en de vrouw centraal. De rechtbank Rotterdam had bij beschikking van 28 januari 2011 de alimentatie van de man aan de vrouw met ingang van die datum op nihil gesteld, terwijl eerder op 22 december 2008 een maandelijkse uitkering van €500 was vastgesteld.
De man kwam in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte de ingangsdatum op 28 januari 2011 had bepaald en dat deze datum teruggedraaid moest worden naar 22 december 2008. Hij voerde aan dat de beschikking van 22 december 2008 van aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven voldeed, omdat deze was gebaseerd op onvolledige gegevens.
Het hof oordeelde echter dat de man onvoldoende feiten en bewijs had gesteld en overgelegd om aan te tonen dat de eerdere beschikking onjuist was. Hierdoor had hij niet voldaan aan zijn stelplicht. Ook in hoger beroep bracht hij geen nieuwe feiten aan. Het hof zag daarom geen reden om de ingangsdatum van de nihilstelling te wijzigen en bekrachtigde de beschikking van 28 januari 2011.
De zaak illustreert het belang van de stelplicht bij verzoeken tot wijziging van alimentatie en de strikte toepassing van artikel 1:401 lid 4 BW Pro, dat wijziging of intrekking van een beschikking alleen toestaat indien deze van aanvang af niet aan wettelijke maatstaven voldoet door onjuiste of onvolledige gegevens.
Uitkomst: De partneralimentatie blijft met ingang van 28 januari 2011 op nihil gesteld.