ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3433
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Van Leuven
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Ontzegging recht op omgang tussen vader en minderjarige wegens zwaarwegende belangen
In deze zaak is het geschil gericht op het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, geboren in 2006. De moeder en de raad voor de kinderbescherming concludeerden dat omgang op dit moment in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind, mede vanwege een ernstig verstoorde vertrouwensrelatie tussen de ouders.
De vader betwistte deze conclusies en stelde dat omgang onder begeleiding mogelijk zou zijn, wat spanningen bij de moeder zou kunnen verminderen. Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:377a lid 1 BW het kind recht heeft op omgang met de niet met gezag belaste ouder, maar dat dit recht kan worden ontzegd indien omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Het hof nam het advies van de raad over dat omgang momenteel de ontwikkeling van het kind bedreigt en dat de moeder door angst en beschadigd vertrouwen niet in staat is de omgang positief te begeleiden. Daarom werd de ontzegging van het omgangsrecht van de vader bekrachtigd. Het hof benadrukte dat deze ontzegging tijdelijk is en dat beide ouders wordt aanbevolen hulp te zoeken om de gronden voor ontzegging weg te nemen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot omgang af en ontzegt hem het recht op omgang met de minderjarige.