ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3421
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aftrekposten en redelijke termijn in inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2001, waarbij de Inspecteur de aftrek van arbeidskosten en hypotheekrente deels weigerde. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en paste interne compensatie toe, waarbij een deel van de hypotheekrente niet aftrekbaar werd geacht omdat het geleende bedrag deels was belegd.
In hoger beroep bevestigde het Hof de rechtbankuitspraak. Het Hof oordeelde dat de uitspraak op bezwaar weliswaar na de wettelijke termijn was gedaan, maar dat dit niet automatisch tot gegrondheid van het bezwaar leidt. Het verweerschrift van de Inspecteur was na termijn ingediend, maar mocht worden meegewogen omdat belanghebbende hierop kon reageren.
Het Hof volgde de rechtbank in de toepassing van interne compensatie en de afwijzing van aftrek van studeerkamer- en advocaatkosten. Tevens werd vastgesteld dat de aandelen in het beleggingsfonds tot box 3 behoren en de rente op het daarmee gefinancierde deel van de lening niet aftrekbaar is als eigenwoningrente.
De proceskosten werden deels toegewezen en het griffierecht vergoed. Gezien de overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar en beroep werd de Staat en de Inspecteur in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over een eventuele immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vermindering van de aanslag en veroordeelt de Inspecteur in proceskosten en griffierecht, met gelegenheid tot reactie op immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.