ECLI:NL:GHSGR:2011:BU2806

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
11 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.091.889-01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 127a lid 2 RvArt. 127a lid 3 RvArt. 3 lid 3 Wgbz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep

Appellante heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton. Ondanks aanmaning heeft appellante het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken na de eerste roldag betaald.

Het hof heeft de zaak aangehouden om af te wachten of het griffierecht alsnog werd voldaan, maar de betaling vond pas 27 dagen te laat plaats. Gelet op artikel 127a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het ontbreken van omstandigheden die een onbillijkheid van overwegende aard zouden opleveren, heeft het hof besloten appellante te ontslaan van verdere behandeling van het hoger beroep.

Geïntimeerde wordt overeenkomstig ontslagen van deze instantie en appellante wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, welke tot aan deze uitspraak nihil zijn vastgesteld. Het arrest is op 11 oktober 2011 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Appellante wordt ontslagen van verdere behandeling wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.091.889/01
Zaak/rolnummer rechtbank : 958730 / CV EXPL 10-4457
arrest d.d. 11 oktober 2011
inzake
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. F.I. Piternella te Dongen,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in hoger beroep niet verschenen.
Het geding
Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de tussen partijen gewezen vonnissen van de Rechtbank ’s-Gravenhage, sector kanton, locatie Delft, van 9 september 2010 en 14 april 2011.
Appellante heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnissen en heeft geïntimeerde gedagvaard om op de rol voor dit hof te verschijnen.
Appellante heeft de zaak aangebracht. Voor appellante heeft zich een advocaat gesteld.
De zaak is op 9 augustus 2011 aangehouden tot de rol van 6 september 2011 voor: Afwachten griffierecht appellante.
Appellante heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.
In verband met het achterwege blijven van betaling van het griffierecht heeft het hof op 13 september 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.
De motivering van de beslissing
De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 9 augustus 2011. Volgens art. 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellante ervoor zorgen dat binnen vier weken na 9 augustus 2011, dus uiterlijk 6 september 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Het verschuldigde griffierecht is op 3 oktober 2011 bijgeschreven op de rekening van het hof. Dat is dus 27 dagen te laat.
Er is niet gebleken van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127a lid 2 Rv., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Nu appellante niet tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zal geïntimeerde
overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellante worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
De beslissing
Het hof:
- ontslaat geïntimeerde van deze instantie,
- veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. Schuering, E.J. van Sandick en A.G.M. Zander en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2011.