ECLI:NL:GHSGR:2011:BU2034
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Kamminga
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid voormalige pleegmoeder in hoger beroep tegen uithuisplaatsing
De voormalige pleegmoeder ging in hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die de uithuisplaatsing van een minderjarige toestond. De zaak betrof de vraag of zij ontvankelijk was in het hoger beroep tegen de beschikking van 10 maart 2011.
Het hof oordeelde dat de voormalige pleegmoeder niet-ontvankelijk was omdat zij niet de juiste rechtsgang had gevolgd. De wet biedt een specifieke procedure voor pleegouders die het niet eens zijn met een beslissing over plaatsing van een minderjarige in een ander pleeggezin, welke zij niet juist had benut. De kinderrechter had haar gewezen op de niet-ontvankelijkheid van haar beroep, maar haar raadsman trok het beroep in plaats van in beroep te gaan tegen die niet-ontvankelijkheidsverklaring.
Het hof benadrukte dat een raadsman zich bewust moet zijn van de rechtsgevolgen van een ter zitting gemaakte keuze, ook als deze voortkomt uit suggesties van de kinderrechter. Hierdoor kon het hof het beroep niet inhoudelijk behandelen en verklaarde het de voormalige pleegmoeder niet-ontvankelijk. De beschikking tot uithuisplaatsing bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De voormalige pleegmoeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beschikking tot uithuisplaatsing.