ECLI:NL:GHSGR:2011:BT8887
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en bevoegdheid beslissing op bezwaar
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning en de daarop gebaseerde aanslag onroerende-zaakbelasting. De Inspecteur stelde de waarde vast op €217.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €188.000 vorderde. De rechtbank had de waarde verlaagd naar €215.000, maar belanghebbende ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur de waarde aannemelijk had gemaakt met een taxatierapport en vergelijkingspanden die qua ligging, grootte en inhoud overeenkomen met de woning. De door belanghebbende aangevoerde waardedrukkende factoren, zoals een hoge muur in de tuin, werden niet als significant erkend. Ook was de waardepeildatum en de gehanteerde taxatiemethoden correct toegepast.
Verder stelde belanghebbende dat de beslissing op bezwaar onbevoegd was genomen vanwege mandatering, maar het hof bevestigde dat de mandatering en bevoegdheidsverdeling tussen het SVHW en de gemeente conform de wet was geregeld en dat de bezwaarschriftprocedure door een andere persoon dan degene die het primaire besluit nam, was uitgevoerd.
Het hoger beroep faalde en het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd waarbij de WOZ-waarde op €215.000 wordt gehandhaafd.