ECLI:NL:GHSGR:2011:BT7909

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
26 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-003438-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 56 Wetboek van StrafvorderingArt. 359a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onrechtmatige fouillering zonder aanhouding

De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk beledigen van twee politieambtenaren tijdens de rechtmatige uitoefening van hun bediening op 29 december 2009 in 's-Gravenhage. De politie hield verdachte en zijn broer staande nadat één van hen vuurwerk afstak. De verdachte weigerde zijn zakken leeg te maken, waarna de verbalisanten hem vasthielden en fouilleerden.

Het hof stelde vast dat het onderzoek aan de kleding van de verdachte plaatsvond zonder dat hij was aangehouden, wat in strijd is met artikel 56 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dit vormverzuim leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, maar maakte wel dat de fouillering onrechtmatig was.

Gezien deze onrechtmatigheid oordeelde het hof, in overeenstemming met de advocaat-generaal, dat het tenlastegelegde niet bewezen kon worden verklaard. Het hof vernietigde het vonnis van de kinderrechter en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onrechtmatige fouillering zonder aanhouding.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003438-10
Parketnummer: 09-760093-10
Datum uitspraak: 26 augustus 2011
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 11 juni 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Oekraïne) op [geboortedag] 1995,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van
26 augustus 2011.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 28 uren subsidiair 14 dagen jeugddetentie, waarvan 14 uren subsidiair 7 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 29 december 2009 te 's-Gravenhage opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten
[slachtoffer 1], hoofdagent Politie Haaglanden en/of [slachtoffer 2], aspirant Politie Haaglanden, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Jullie zijn een stelletje kankerlijers, kankerhonden", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsvrouw van de verdachte betoogd dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging omdat er sprake is van doelbewuste of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan. Daartoe heeft zij aangevoerd dat er geen vermoeden van schuld was en de fouillering van de verdachte onrechtmatig was aangezien hij niet was aangehouden.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het proces-verbaal van aanhouding d.d. 29 december 2009 komt naar voren dat de verbalisanten op 29 december 2009 omstreeks 16:15 uur twee jongens op straat zien, waarvan er één vuurwerk afsteekt. Het blijkt te gaan om de verdachte en zijn broertje. De verbalisanten houden de jongens staande en vragen hen of ze hun zakken leeg willen maken. De verdachte weigert dit, waarna de verbalisanten hem vasthouden en fouilleren.
Het hof is van oordeel dat er door het constateren van de verbalisanten dat één van de jongens vuurwerk afsteekt, sprake was van een vermoeden van schuld. Het hof overweegt voorts dat uit bovengenoemd proces-verbaal blijkt dat het onderzoek aan de kleding van de verdachte in strijd met artikel 56 van Pro het Wetboek van Strafvordering heeft plaatsgevonden zonder dat de verdachte was aangehouden, zodat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Het hof is van oordeel dat dit vormverzuim niet van zodanige aard of ernst is dat niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie moet volgen en meent dat met de constatering van dit verzuim kan worden volstaan.
Nu ook overigens geen feiten en omstandigheden zijn aangevoerd of anderszins aannemelijk geworden die zouden moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, is het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Vrijspraak
Zoals hierboven onder het kopje ‘ontvankelijkheid van het openbaar ministerie’ is weergegeven heeft het onderzoek aan de kleding van de verdachte plaatsgevonden zonder dat deze was aangehouden. Het hof is – met de advocaat-generaal – van oordeel dat onder deze omstandigheid niet kan worden gesteld dat de verbalisanten hebben gehandeld in de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Derhalve kan het aan de verdachte tenlastegelegde niet worden bewezen, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,
mr. J.A.C. Bartels en mr. N.C. van Bellen, in bijzijn van de griffier mr. V.A.M. Willemsen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 26 augustus 2011.
Mr. N.C. van Bellen is buiten staat dit arrest te ondertekenen.