ECLI:NL:GHSGR:2011:BT6838
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning met erfdienstbaarheid en opstalrecht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die door de Inspecteur was vastgesteld op €423.000 voor het jaar 2008. Hij stelde dat de erfdienstbaarheid, die een recht van overpad en doorgang omvat ten behoeve van een grafmonument op een deel van de tuin, een sterk waardedrukkend effect had, en dat de waarde daarom op €200.000 moest worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de Inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde marktconform was, onder meer door een taxatieverslag met vergelijkingsobjecten in de buurt. De verwevenheid tussen belanghebbende en de Stichting maakte het aannemelijk dat bij verkoop de erfdienstbaarheid en het opstalrecht in onderling overleg zouden worden beëindigd, waardoor geen waardedruk uitgaat van de erfdienstbaarheid.
Het hof ging niet in op de stellingen over de nietigheid van de erfdienstbaarheid op grond van de Wet op de lijkbezorging, omdat dit niet relevant was voor de waardebepaling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €423.000 bevestigd.