ECLI:NL:GHSGR:2011:BT6281
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. van der Klooster
- T.L. Tan
- J.H.J. Teunissen
- Rechtspraak.nl
Geldigheid van jurisdictieclausule bij inkomend zeevervoer in hoger beroep
Lehmann & Troost B.V. (L&T) is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam, waarin de rechtbank zich onbevoegd verklaarde om kennis te nemen van haar vordering tegen APL Co. Pte Ltd. (APL). De vordering betreft schadevergoeding voor beschadigde maïs tijdens vervoer door APL. L&T baseerde de bevoegdheid van de Rotterdamse rechtbank op artikel 629 Rv Pro, terwijl APL zich beroept op een jurisdictieclausule in het cognossement die exclusieve bevoegdheid toekent aan de rechtbanken van Singapore.
De rechtbank had de clausule deels nietig verklaard vanwege de bevoegdverklaring van de rechter te New York, maar de clausule ten aanzien van Singapore als exclusief bevoegde rechter geldig geoordeeld. Het hof bevestigt deze beoordeling en overweegt dat Singapore als stadstaat zowel land als plaats is, zodat de verwijzing naar 'the Courts of Singapore' voldoende duidelijk is. De mogelijkheid voor de Merchant om bij vervoer via Amerikaanse havens de rechter in New York te kiezen, leidt niet tot nietigheid van de clausule.
L&T voerde in hoger beroep aan dat zij niet wist dat APL in Singapore gevestigd was en dat de clausule onduidelijk is door het gebruik van de meervoudsvorm 'Courts'. Het hof oordeelt dat L&T bekend was met de vestigingsplaats van APL en dat de clausule voldoende duidelijk is. Ook de kostenveroordeling in de nakosten wordt door het hof gehandhaafd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt L&T in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering van L&T tegen APL.