ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2729
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst van geldlening tussen partijen bevestigd door hof
In deze civiele zaak vorderde CBBV betaling van €4.867,33 van geïntimeerde, stellende dat zij hem €4.000,- had geleend. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing van de geldleningsovereenkomst. CBBV ging in hoger beroep en stelde dat de feitelijke uitvoering en e-mails de lening bevestigden.
Het hof stelde vast dat geïntimeerde het bedrag had ontvangen, maar dat het geschil draaide om de vraag of dit een lening van CBBV was. Geïntimeerde betwistte dit en stelde dat het een voorschot op managementvergoeding betrof. Het hof concludeerde dat CBBV onvoldoende bewijs had geleverd dat zij de lening aan geïntimeerde had verstrekt, mede gelet op e-mails waaruit bleek dat het geld door een derde, [X], privé was voorgeschoten.
Het bankafschrift toonde ook aan dat de lening privé door [X] was verstrekt en niet door CBBV. De grieven van CBBV werden ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde CBBV in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van CBBV af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.