ECLI:NL:GHSGR:2011:BT2483
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- L.A.J.M. van Dijk
- I.P.A. van Engelen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen uitvoer van heroïne en cocaïne vanuit Nederland naar Frankrijk
De verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet, door op of omstreeks 3 juni 2010 in Rotterdam ruim 1,5 kilo heroïne en bijna 90 gram cocaïne vanuit Nederland naar Frankrijk te vervoeren. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen deze drugs in een personenauto met Nederlands kenteken richting Frankrijk heeft vervoerd, terwijl een andere auto met Duits kenteken achter deze auto aanreed.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf, waartegen hoger beroep werd ingesteld. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht. Het hof verklaarde het primair tenlastegelegde bewezen en sprak verdachte vrij van hetgeen meer of anders was tenlastegelegd.
Bij de strafmotivering nam het hof de ernst van het feit en de maatschappelijke onaanvaardbaarheid van de handel in harddrugs in aanmerking. Tegelijkertijd hield het hof rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte en het feit dat hij een first offender was. Daarom werd een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend geacht. Uiteindelijk werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk.