ECLI:NL:GHSGR:2011:BT1837
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens niet zichtbare parkeervergunning
Belanghebbende beschikte over een parkeervergunning voor zone C geldig in het derde kwartaal van 2006. Op 18 en 25 juli 2006 werd haar auto geparkeerd aangetroffen zonder dat een parkeervergunning of dagkaart zichtbaar was. De Inspecteur legde daarop twee naheffingsaanslagen op.
Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de vergunning wel aanwezig en leesbaar was, maar na thuiskomst bleek de vergunning op de vloer van de auto te liggen. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslagen ten onrechte waren opgelegd omdat de vergunning aanwezig was.
Het hof stelde vast dat de vergunning niet zichtbaar of leesbaar achter de voorruit zat en dat de parkeercontroleurs met hun handterminal wisten dat er een vergunning was, maar deze niet konden waarnemen tijdens controle. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en bevestigde de naheffingsaanslagen als terecht opgelegd.
Het bezit van een vergunning kan een grond zijn voor een tegemoetkoming op grond van de hardheidsclausule, maar dit valt buiten de toetsing van de belastingrechter. Het hof liet de beslissing omtrent het griffierecht van de rechtbank in stand en wees het griffierecht in hoger beroep af.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen parkeerbelasting zijn terecht opgelegd omdat de parkeervergunning niet zichtbaar of leesbaar was.