ECLI:NL:GHSGR:2011:BT1548
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Mink
- Van Veen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: behoefte, draagkracht en indexering beoordeeld
In deze zaak stond de partneralimentatie centraal na echtscheiding tussen partijen. De vrouw had een behoefteberekening van €2.240,- netto per maand opgevoerd, terwijl de man haar behoefte en behoeftigheid betwistte en stelde dat zij in staat was om (deels) te werken. Het hof beoordeelde de behoefte aan de hand van concrete lasten en hield rekening met redelijke uitgaven, waarbij enkele posten zoals leningaflossing en overbrugging pensioen niet werden meegenomen wegens onvoldoende onderbouwing.
De vrouw stelde dat zij vanwege haar lichamelijke gesteldheid geen betaalde arbeid kon verrichten, maar het hof vond dat zij onvoldoende had aangetoond dat zij niet (deels) kon werken. De vrouw werd geacht een bruto verdiencapaciteit van €800,- per maand te hebben, waarmee haar aanvullende behoefte aan alimentatie op €1.812,- bruto per maand werd vastgesteld.
De draagkracht van de man werd berekend op €2.453,- per maand, waarbij enkele door hem opgevoerde lasten zoals pensioenreservering, woon-werkverkeer, advocaatkosten en vakantiekosten niet werden meegenomen wegens onvoldoende bewijs of omdat deze uit vrije ruimte betaald moesten worden.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover de alimentatie hoger was vastgesteld en bepaalde dat de vrouw het eventueel teveel ontvangen bedrag niet hoeft terug te betalen. Tevens werd het verzoek van de man om af te wijken van de wettelijke indexering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De partneralimentatie is vastgesteld op €1.812,- bruto per maand met inachtneming van wettelijke indexering en zonder terugbetalingsverplichting voor teveel ontvangen bedragen.