ECLI:NL:GHSGR:2011:BS1412
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mos-Verstraten
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek partneralimentatie wegens ontbreken draagkracht man
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot partneralimentatie van €250 per maand werd afgewezen. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de alimentatie afgewezen. Het hof baseert zich op de vastgestelde feiten en de stukken die partijen hebben ingediend.
De vrouw betoogt dat de rechtbank ten onrechte rekening hield met een bijdrage van de man aan de woonlasten van zijn partner, terwijl zij stelt dat hij deze bijdrage niet daadwerkelijk betaalt. Tevens voert zij aan dat de man weinig vaste lasten heeft en dat de door haar gevraagde alimentatie lager is dan haar behoefte.
De man stelt dat de vrouw geen bewijs van haar inkomen heeft geleverd, dat zij een AOW-uitkering en pensioen ontvangt en dat haar netto inkomen voldoende is om in haar levensonderhoud te voorzien. Hij stelt zelf geen draagkracht te hebben vanwege zijn eigen inkomen en woonlasten.
Het hof stelt vast dat de vrouw een netto inkomen heeft van circa €1.431,79 per maand en een behoefte van ongeveer €1.380,- netto per maand, gebaseerd op 60% van het gezamenlijke netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk. Het door de vrouw opgevoerde overzicht van haar lasten acht het hof niet representatief voor de welstand tijdens het huwelijk. De man heeft geen draagkracht en de vrouw slechts een zeer geringe draagkrachtruimte.
Gelet op deze omstandigheden wijst het hof het verzoek tot partneralimentatie af en bekrachtigt de bestreden beschikking. Een veroordeling in de proceskosten wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot partneralimentatie af en bekrachtigt de bestreden beschikking.