ECLI:NL:GHSGR:2011:BR6621
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep WOZ-waarde penthouse te 's-Gravenhage met proceskostenvergoeding
Belanghebbende is eigenaar van een penthouse in een appartementencomplex te 's-Gravenhage. De Inspecteur had de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op €596.000 voor het jaar 2008, gebaseerd op een taxatierapport met een inhoud van circa 514 m3. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €540.000 voor, gebaseerd op een eigen taxatierapport met een inhoud van circa 465 m3.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en handhaafde de waarde, mede omdat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de waarde juist was vastgesteld met behulp van vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelde dat de Inspecteur voldoende rekening had gehouden met verschillen in inhoud en kwaliteit tussen de woning en de referentieobjecten.
Het Gerechtshof oordeelde echter dat de rechtbank de zaak niet had mogen terugwijzen naar de Inspecteur, maar zelf inhoudelijk had moeten beslissen. In hoger beroep stelde de Inspecteur een waarde van €582.000 voor, maar het Hof vond dat deze waarde niet aannemelijk was gemaakt vanwege onvoldoende onderbouwing van de inhoudsverschillen en gebruikte vergelijkingsobjecten. Het Hof stelde de waarde vast op €540.000, zoals door belanghebbende betoogd, en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het penthouse wordt vastgesteld op €540.000 en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.