ECLI:NL:GHSGR:2011:BR6606
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van den Wildenberg
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige wegens verstoorde hechting en opvoedingssituatie
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2003. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die deze maatregelen verlengde tot maart 2012. Hij betwist dat de omstandigheden een verlenging rechtvaardigen en stelt dat de minderjarige terug naar huis moet kunnen, eventueel via een 'terug-naar-huis-traject'.
Het hof baseert zich op een psychologisch onderzoek waaruit blijkt dat de minderjarige kampt met een verstoorde hechtingsontwikkeling en behoefte heeft aan een stabiele, gestructureerde omgeving die de vader niet kan bieden, mede door zijn Syndroom van Asperger en zijn beperkte inzicht in de problematiek. De pleegouders bieden deze omgeving wel. De vader voert aan dat de hechting aan het pleeggezin geen reden mag zijn voor verlenging, maar het hof oordeelt dat de belangen van de minderjarige zwaarder wegen dan het recht van de vader op ongestoord gezinsleven.
De moeder is inmiddels stabieler en bouwt contact op met de minderjarige. De samenwerking tussen vader en Jeugdzorg verloopt moeizaam en de vader voert veel strijd. Het hof wijst het beroep van de vader af en bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. Een kostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige.