ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4753
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mos-Verstraten
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming erkenning na DNA-onderzoek bij geschil over vaderschap
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de man vervangende toestemming kon krijgen voor de erkenning van een minderjarige, waarbij DNA-onderzoek uitwees dat hij met zeer hoge waarschijnlijkheid de biologische vader is.
De moeder had in hoger beroep twijfel gezaaid over het vaderschap en stelde dat erkenning de belangen van haar en het kind zou schaden, onder meer vanwege vermeende mishandeling en ongepast gedrag door de man. Het hof oordeelde dat deze stellingen onvoldoende waren onderbouwd en dat de moeder geen in rechte te respecteren belang had om erkenning te weigeren.
Het hof besloot daarom de bestreden beschikking te bekrachtigen en de vervangende toestemming tot erkenning te verlenen. Tevens werden de kosten van het DNA-onderzoek gelijkelijk verdeeld tussen partijen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige door de man en bekrachtigt de bestreden beschikking.