ECLI:NL:GHSGR:2011:BR4552
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Husson
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Verdeling kosten gewone gang van de huishouding na beëindiging relatie
In deze civiele zaak tussen een man en een vrouw, voormalige partners, stond de verdeling van de kosten van de gewone gang van de huishouding centraal. Het hof heeft eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam vernietigd voor zover deze de man verplichtten tot betaling van bepaalde bedragen aan de vrouw. Na beoordeling van de stukken en het tussenarrest heeft het hof vastgesteld dat de man aan de vrouw een bedrag van €38.599,86 verschuldigd is, vermeerderd met wettelijke rente.
Het hof oordeelde dat nieuwe stellingen in dit late stadium van het geding onaanvaardbaar zijn vanwege de lange duur van de procedure en het belang van partijen bij een spoedige afdoening. Het inkomen van beide partijen werd vastgesteld aan de hand van deskundigenrapporten en belastinggegevens, waarbij het hof uitging van netto-inkomsten als maatstaf voor de verdeling van de kosten.
Daarnaast werd geoordeeld dat de vrouw aan de man een bedrag van €1.352,- verschuldigd is voor kosten na vertrek, eveneens met wettelijke rente. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken in openbare terechtzitting op 2 augustus 2011.
Uitkomst: De man is veroordeeld tot betaling van €38.599,86 aan de vrouw voor kosten van de gewone gang van de huishouding, met wettelijke rente.