ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3893
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- van Nievelt
- Mollema-de Jong
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie met internationaal karakter: behoefte, behoeftigheid en draagkracht
De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank over partneralimentatie. Zij stelde dat haar behoefte te laag was vastgesteld en overwoog haar werkelijke kosten en levensstijl tijdens het huwelijk. De man voerde aan dat de behoefte te hoog was en betwistte diverse kostenposten. Het hof beoordeelde de behoefte van de vrouw op basis van haar daadwerkelijke uitgaven, het gezinsinkomen tijdens het huwelijk en haar huidige inkomen.
Het hof stelde de netto behoefte van de vrouw vast op €3.562,- per maand en hield rekening met diverse kosten zoals woonlasten, sparen, verzekeringen, autokosten en levensonderhoud, waarbij sommige kostenposten niet werden meegenomen wegens onvoldoende onderbouwing. De vrouw had haar werkzaamheden uitgebreid, maar zorgde nog steeds voor de kinderen, waardoor het hof haar daadwerkelijke netto inkomen van €1.167,- per maand (stijgend naar €1.687,- vanaf april 2011) als uitgangspunt nam.
De man werkte sinds juni 2010 in Griekenland met een netto jaarinkomen van circa €74.593,-. Het hof oordeelde dat het inkomensverlies van de man niet verwijtbaar was en stelde zijn draagkracht vast op €1.890,- netto per maand vanaf 1 juni 2010. De partneralimentatie werd daarom vastgesteld op €4.200,- per maand van 12 april tot 1 juni 2010, €1.890,- van 1 juni 2010 tot 1 april 2011 en €1.875,- vanaf 1 april 2011. Het hof wees verdere verzoeken af en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelde de partneralimentatie vast op €4.200,- per maand tot 1 juni 2010, daarna €1.890,- tot 1 april 2011 en €1.875,- vanaf 1 april 2011.