ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2379
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A.A. Schuering
- Rechtspraak.nl
Ontslag geïntimeerde wegens te late betaling griffierecht door appellante
Appellante stelde tijdig hoger beroep in tegen een vonnis van de Rechtbank Rotterdam en dagvaardde geïntimeerde om te verschijnen. De zaak werd aangehouden vanwege het afwachten van de betaling van het griffierecht. Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest appellante het griffierecht binnen vier weken na de eerste roldag betalen, uiterlijk op 10 mei 2011.
Appellante betaalde het griffierecht echter op 11 mei 2011, één dag te laat. Het hof oordeelde dat er geen omstandigheden waren die een onbillijkheid van overwegende aard zouden rechtvaardigen om de toepassing van artikel 127 lid 2 Rv Pro achterwege te laten. Daarom werd geïntimeerde ontslagen van deze instantie en appellante veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
De proceskosten aan de zijde van geïntimeerde werden vastgesteld op € 284,-- voor verschotten en € 447,-- voor salaris van de advocaat. Het arrest werd op 14 juni 2011 in het openbaar uitgesproken door mr A.A. Schuering.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt ontslagen wegens niet tijdige betaling van griffierecht door appellante, die tevens in proceskosten wordt veroordeeld.