ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2379

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
14 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.085.402-01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Rechters
  • A.A. Schuering
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 127 RvArt. 127a RvArt. 3 lid 3 Wgbz
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag geïntimeerde wegens te late betaling griffierecht door appellante

Appellante stelde tijdig hoger beroep in tegen een vonnis van de Rechtbank Rotterdam en dagvaardde geïntimeerde om te verschijnen. De zaak werd aangehouden vanwege het afwachten van de betaling van het griffierecht. Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest appellante het griffierecht binnen vier weken na de eerste roldag betalen, uiterlijk op 10 mei 2011.

Appellante betaalde het griffierecht echter op 11 mei 2011, één dag te laat. Het hof oordeelde dat er geen omstandigheden waren die een onbillijkheid van overwegende aard zouden rechtvaardigen om de toepassing van artikel 127 lid 2 Rv Pro achterwege te laten. Daarom werd geïntimeerde ontslagen van deze instantie en appellante veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.

De proceskosten aan de zijde van geïntimeerde werden vastgesteld op € 284,-- voor verschotten en € 447,-- voor salaris van de advocaat. Het arrest werd op 14 juni 2011 in het openbaar uitgesproken door mr A.A. Schuering.

Uitkomst: Geïntimeerde wordt ontslagen wegens niet tijdige betaling van griffierecht door appellante, die tevens in proceskosten wordt veroordeeld.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.085.402/01
Rolnummer rechtbank : 371711 KGZA 11-83
arrest d.d. 14 juni 2011
inzake
[appellante],
wonende te [Woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. K. el Joghrafi te Hoogvliet-Rotterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [Woonplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. D.S. Lösing te Rotterdam.
Het geding
Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het tussen partijen gewezen vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 2 maart 2011.
Appellante heeft tijdig hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis en heeft geïntimeerde gedagvaard om op de rol voor dit hof te verschijnen.
Appellante heeft de zaak aangebracht. Voor appellante heeft zich een advocaat gesteld. Ook geïntimeerde is op die rol bij advocaat verschenen.
De zaak is op 12 april 2011 aangehouden tot de rol van 10 mei 2011 voor: Afwachten griffierecht partijen. Op de rol van 10 mei is de zaak aangehouden tot 17 mei 2011 voor: Beslissing hof verdere voortgang.
Appellante heeft niet binnen vier weken na de eerste roldag het griffierecht betaald.
In verband met het achterwege blijven van betaling van het griffierecht heeft het hof op 17 mei 2011 bepaald dat heden arrest wordt gewezen op basis van het griffiedossier.
De motivering van de beslissing
1. De zaak is voor het eerst uitgeroepen op 12 april 2011. Volgens art. 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) moet appellante ervoor zorgen dat binnen vier weken na 12 april 2011, dus uiterlijk 10 mei 2011, het griffierecht is bijgeschreven op de rekening van dit hof. Appellante heeft op 11 mei 2011 het verschuldigde griffierecht betaald. Dit is dus 1 dag te laat.
2. Van omstandigheden als bedoeld in art. 127a lid 3 Rv., dat de toepassing van art. 127 lid 2 Rv Pro., gelet op het belang van één of meer partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, is niet gebleken.
Nu appellante niet tijdig tot betaling van het griffierecht is overgegaan, zal geïntimeerde
overeenkomstig het bepaalde in artikel 127a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van deze instantie worden ontslagen en zal appellante worden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
De beslissing
Het hof:
- ontslaat geïntimeerde van deze instantie,
- veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van geïntimeerde vastgesteld op € 284,-- voor verschotten en op € 447,-- voor salaris van de advocaat.
Dit arrest is gewezen door mr A.A. Schuering, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2011.