ECLI:NL:GHSGR:2011:BR2007
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Dusamos
- Van Veen
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging van bewindvoering wegens onvoldoende onderbouwing opheffingsverzoek
De rechthebbende is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die het verzoek tot opheffing van het bewind over zijn goederen heeft afgewezen. Hij stelt dat hij inmiddels in staat is zijn financiële administratie zelfstandig te voeren en dat hij, indien nodig, hulp kan krijgen van thuishulp of maatschappelijk werk.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:449 lid 2 BW Pro een bewind kan worden opgeheven indien de oorzaken voor de onderbewindstelling niet langer bestaan. Volgens artikel 1:431 lid 1 BW Pro is een bewind gerechtvaardigd wanneer een meerderjarige door lichamelijke of geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.
Het hof oordeelt dat de rechthebbende onvoldoende heeft aangetoond dat de gronden voor het bewind zijn verdwenen. Uit stukken en zitting blijkt dat hij in het verleden impulsieve aankopen heeft gedaan die tot schulden leidden en dat hij ook tijdens het bewind bestellingen zonder toestemming deed, ondanks een beperkt inkomen. Daarom acht het hof de bescherming van het bewind nog steeds noodzakelijk en bekrachtigt het de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het bewind en handhaaft de bewindvoering.