ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1651
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- van de Poll
- van der Burght
- Rechtspraak.nl
Verdeling gezamenlijke schuld aan geldschieter na verkoop woning in samenlevingsverband
In deze zaak zijn ex-partners in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank over de verdeling van gezamenlijke schulden aan [X BV] en ABN/AMRO bank na de verkoop van hun gezamenlijke woning. De man vorderde dat de vrouw haar aandeel in de schulden rechtstreeks aan de geldschieters zou betalen, terwijl de vrouw betwistte dat de man betaling van haar kon vorderen en stelde dat een deel van de lening niet voor de woning was aangewend.
Het hof overwoog dat partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schuld aan [X BV], maar dat alleen [X BV] betaling van de vrouw kan vorderen. De man heeft geen rechtsgrond om betaling van de vrouw te vorderen, zodat dit deel van zijn vordering wordt afgewezen. Verder rust op de man de bewijslast dat een bedrag van €53.438,28 daadwerkelijk voor de gezamenlijke woning is gebruikt. Omdat de man de benodigde bewijsstukken niet overlegt, wijst het hof de grief van de vrouw toe.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover de schuld aan [X BV] aan de man werd toegedeeld en bepaalt dat de man alleen draagplichtig is voor €53.438,28, terwijl het overige deel van de schuld gelijkelijk wordt verdeeld. De proceskosten worden gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen op 28 juni 2011 door het hof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man alleen draagplichtig is voor €53.438,28 van de schuld aan [X BV] en het overige deel gelijkelijk wordt verdeeld tussen partijen.