ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1633
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.C.A. Duindam
- C.P.E.M. Fonteijn- Van der Meulen
- J.A.C. Bartels
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik buiten Nederland door in Nederland verblijvende verdachte
De verdachte, een vreemdeling met vaste woonplaats in Rotterdam, werd verdacht van seksueel misbruik van een zesjarig meisje in België op 5 augustus 2008. Nederland had rechtsmacht op grond van artikel 5a van het Wetboek van Strafrecht, dat toepassing vindt bij misdrijven gepleegd buiten Nederland tegen minderjarigen door in Nederland verblijvende vreemdelingen.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie van één maand. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld. De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege de Belgische strafrechtelijke aanpak van minderjarigen, maar het hof verwierp dit verweer omdat Nederland en België rechtsmacht hadden en de vervolging rechtsgeldig was overgedragen.
Na beoordeling van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep oordeelde het hof dat niet buiten redelijke twijfel was komen vast te staan dat verdachte het ten laste gelegde had begaan. Gezien deze redelijke twijfel sprak het hof verdachte vrij en vernietigde het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het ten laste gelegde seksueel misbruik.