ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1556
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stille
- Roelvink-Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot verlaging partneralimentatie ondanks niet-wijzigingsbeding
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zijn verzoek tot verlaging van de partneralimentatie werd afgewezen. Hij stelde dat zijn inkomen door de financiële crisis aanzienlijk was gedaald en dat hij door een niet-wijzigingsbeding in het echtscheidingsconvenant niet langer aan de oorspronkelijke alimentatieverplichting gehouden kon worden. De vrouw betwistte de daling van het inkomen en stelde dat de man nog steeds voldoende draagkracht had.
Het hof overwoog dat het niet-wijzigingsbeding, zoals bedoeld in artikel 1:159 lid 3 BW Pro, slechts kan worden doorbroken bij een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden dat het onbillijk zou zijn de alimentatieplichtige aan het beding te houden. Het hof stelde vast dat de man onvoldoende had gemotiveerd en onderbouwd hoe de situatie in 2002 was en in welke mate de omstandigheden waren gewijzigd.
Hoewel het hof erkende dat de onderneming van de man verlies leed, kon het dit niet relateren aan de situatie ten tijde van het convenant. Ook was niet duidelijk of de daling van inkomsten aan de man zelf te wijten was. De vrouw had bovendien betwist dat de nieuwe partner van de man niet bijdroeg aan de woonlasten. Het hof oordeelde dat de man niet had aangetoond dat sprake was van een volkomen wanverhouding.
Daarom werd het beroep van de man afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd. De proceskosten werden gecompenseerd, zoals gebruikelijk in familierechtelijke zaken.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlaging van de partneralimentatie af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.