ECLI:NL:GHSGR:2011:BR1327
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Etten
- Keizer
- Bochove
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap niet vernietigbaar wegens geestelijke stoornis
De vrouw en man waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en gingen uit elkaar met twee minderjarige kinderen. Zij sloten een echtscheidingsconvenant waarin de man de woning kreeg toegewezen zonder overbedelingsuitkering aan de vrouw, zodat de kinderen in de woning konden blijven wonen. De vrouw leed aan een borderline persoonlijkheidsstoornis en stelde later dat de verdeling vernietigbaar was op grond van artikel 3:34 BW Pro wegens haar geestelijke stoornis.
De rechtbank wees de vordering af omdat onvoldoende was aangetoond dat de stoornis de vrouw belette een redelijke waardering te maken van de belangen. Het hof oordeelde dat het wettelijk vermoeden van ontbrekende wil door de stoornis weliswaar bestond, maar dat dit vermoeden was weerlegd door omstandigheden zoals de bespreking van de verdeling met advocaat, het langdurig bezit van het convenant, en het feit dat de vrouw de verdeling bleef onderschrijven.
Het hof stelde vast dat de vrouw bewust instemde met de verdeling om de kinderen in de woning te laten blijven, ondanks haar stoornis. Een latere verandering van omstandigheden, zoals de vermeende financiële verbeteringen van de man, rechtvaardigt geen vernietiging. Het hof compenseerde de proceskosten tussen partijen en verklaarde het tweede hoger beroep van de vrouw niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wordt afgewezen en het hoger beroep deels niet-ontvankelijk verklaard.