ECLI:NL:GHSGR:2011:BR0150
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Leuven
- van Nievelt
- van Wijk
- Rechtspraak.nl
Verwerping hoger beroep moeder tegen verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind heeft verlengd en machtiging gaf voor uithuisplaatsing bij de vader zonder gezag. De moeder verzocht om plaatsing van het kind op een neutrale locatie in plaats van bij de vader, stellende dat het verblijf bij de vader niet zou leiden tot gedragsverbetering en dat de vader ongeschikt is als opvoeder.
De vader betwistte het beroep en stelde dat de moeder geen belang heeft bij de procedure omdat het kind binnen korte tijd meerderjarig wordt. Tevens stelde hij dat het verblijf bij hem juist positief is voor het kind. Jeugdzorg ondersteunde de beslissing van de rechtbank en gaf aan dat het beter gaat met het kind sinds de plaatsing bij de vader.
Het hof oordeelde dat gezien het feit dat de beschermingsmaatregel binnen een week van rechtswege zal vervallen, er geen reëel belang meer is voor de moeder om het beroep in te stellen. Het verzoek om de ondertoezichtstelling te beëindigen of het kind elders te plaatsen werd daarom afgewezen. Ook een principiële uitspraak over de totstandkoming van de ondertoezichtstelling werd niet gedaan vanwege onvoldoende onderbouwing door de moeder.
Het hoger beroep werd verworpen en de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De minderjarige wordt per 4 maart 2011 meerderjarig, waarna de beschermingsmaatregelen automatisch eindigen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de moeder wordt verworpen en de verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing bij de vader zonder gezag wordt bekrachtigd.