ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9830
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- J.W. baron van Knobelsdorff
- P.J.J. Vonk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie van ontvangen bedrag als geldlening of belastbaar inkomen
Belanghebbende, bestuurder van een BV, ontving in 2003 een bedrag van €196.500 van haar medebestuurder. De Inspecteur kwalificeerde dit bedrag als resultaat uit overige werkzaamheden en legde een aanslag inkomstenbelasting op. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het bedrag niet als lening kon worden aangemerkt vanwege het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst en andere bewijsstukken, en kwalificeerde het als inkomen uit aanmerkelijk belang.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het bedrag een geldlening betrof, ondersteund door verklaringen en correspondentie waaruit bleek dat de lening mondeling was overeengekomen en niet was terugbetaald. Het Hof concludeerde dat de Inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd voor zijn stelling dat het bedrag een vergoeding voor werkzaamheden was en achtte de leningsovereenkomst aannemelijk.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, verminderde de aanslag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Tevens werd belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 31 mei 2011.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat het ontvangen bedrag van €196.500 een geldlening betreft en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €165.640 en nihil aanmerkelijk belang.