ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ8296
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.E. Kamminga
- J. Van den Wildenberg
- M. Mos-Verstraten
- Rechtspraak.nl
Hof bepaalt hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader na ongeoorloofde verhuizing moeder
De zaak betreft een geschil over de hoofdverblijfplaats van een minderjarige na een verhuizing door de moeder zonder instemming van de vader. De vader voert aan dat de verhuizing het co-ouderschap verstoort en niet in het belang van het kind is, terwijl de moeder stelt dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege haar werk en het belang van het kind vooropstaat.
De rechtbank had eerder de hoofdverblijfplaats bij de moeder vastgesteld, maar het hof vernietigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat de moeder haar eigen belang boven dat van de minderjarige heeft gesteld door zonder overleg te verhuizen, waardoor de contactregeling met de vader ernstig is beperkt. Het kind lijdt onder de situatie en mist de vader intens.
Het hof stelt vast dat beide ouders gelijkwaardige opvoeders zijn en dat de vader in staat is de zorg te combineren met zijn werk. Gezien de jonge leeftijd van het kind, de bestaande sociale omgeving bij de vader en het belang van continuïteit, bepaalt het hof dat de hoofdverblijfplaats bij de vader komt te liggen. Tevens adviseert het hof om de contacten met de moeder waar mogelijk te intensiveren om de emotionele belasting te beperken.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld en de bestreden beschikking wordt vernietigd.