ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ8242
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- De Haan-Boerdijk
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging uithuisplaatsing minderjarige in netwerkpleeggezin
In deze civiele zaak stond de verlenging van de uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. Zowel de vader als de moeder waren in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin verlengde tot 4 juni 2011. De ouders hadden ieder een verschillend toekomstperspectief voor de minderjarige en stelden dat terugplaatsing bij hen mogelijk zou moeten zijn.
De rechtbank had eerder vastgesteld dat er zowel indicaties als contra-indicaties waren voor terugplaatsing bij de ouders, mede op basis van een psychodiagnostisch onderzoek waaruit bleek dat beide ouders kwetsbaar zijn en pedagogische vaardigheden missen. De minderjarige had een belaste voorgeschiedenis en was getuige geweest van huiselijk geweld. Hij ontwikkelde zich goed in het pleeggezin.
Het hof oordeelde dat een machtiging tot uithuisplaatsing alleen verlengd kan worden als de gronden daarvoor nog bestaan. Omdat het toekomstperspectief van de minderjarige nog niet duidelijk was en een Uitwijktraject nog moest worden gestart, achtte het hof de verlenging noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. De ouders hadden inmiddels een plan van aanpak opgesteld en wilden een co-ouderschapsregeling, maar het onderzoek moest worden afgewacht.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees de verdere verzoeken in hoger beroep af, met het oog op het belang van het kind en de noodzaak van stabiliteit totdat het toekomstperspectief helder is.
Uitkomst: De verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige in het netwerkpleeggezin tot 4 juni 2011 wordt bekrachtigd.