ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7323
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.M.A. de Groot-van Dijken
- P.Th. Gründemann
- P.M. Huijbers-Koopman
- Rechtspraak.nl
Geconsolideerde afwikkeling faillissementen en contractspartij in aannemingsovereenkomst
In deze zaak staat centraal of IBM als onderaannemer contractspartij is geworden van het aannemingsbedrijf [X.] en of de geconsolideerde afwikkeling van de faillissementen van IBM en ABI gevolgen heeft voor de instelbaarheid van vorderingen.
[X.] had met ABI een schriftelijke aannemingsovereenkomst gesloten voor installatiewerkzaamheden. Feitelijk werden deze werkzaamheden mede door IBM uitgevoerd, die ook facturen stuurde en deels betaald kreeg. Na faillissement van ABI en IBM werden de faillissementen geconsolideerd afgewikkeld. De curator van IBM vorderde betaling van onbetaalde facturen van IBM aan [X.].
De rechtbank wees de vordering af omdat IBM geen contractspartij was. Het hof bevestigde dit oordeel, ook bij een mondelinge afspraak dat IBM de werkzaamheden zou verrichten, omdat IBM niet in de plaats van ABI trad. Wel oordeelde het hof dat door de geconsolideerde afwikkeling de vordering van ABI in de gezamenlijke boedel valt, zodat de curator van IBM die vordering kan instellen. Tevens erkende het hof dat verrekening van tegenvorderingen door [X.] tegen de gezamenlijke boedel mogelijk is. De zaak werd aangehouden voor nadere toelichting op de verrekening.
Uitkomst: IBM is geen contractspartij, maar door geconsolideerde afwikkeling kan de curator van IBM de vordering van ABI instellen; de zaak wordt aangehouden voor nadere toelichting op verrekening.