ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ6708
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.T. van der Hoeven-Oud
- L. Reurich
- E.D. Wiersma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijke berekeningswijze royalty bij overdracht winningsvergunning continentaal plat
In deze civiele zaak stond de uitleg en toepassing van een royaltyregeling in een Farm-in Agreement centraal, waarbij Unocal aanspraak maakte op een royalty van 4% over de totale productie van koolwaterstoffen uit het 'deep' van het continentaal plat. Wintershall betwistte deze berekeningswijze en voerde aan dat de gebruikelijke praktijk in de branche anders is.
Het hof heeft uitgebreid bewijs verzameld, waaronder getuigenverklaringen van ervaren branche-experts, die unaniem stelden dat royalty's doorgaans worden berekend over het belang in de productie na Staatsdeelname, niet over de totale productie. Een enkele uitzondering, een contract van Delta Hydrocarbons, werd als zeer uitzonderlijk en niet representatief beoordeeld.
De verklaringen van getuigen van Unocal konden het bewijs van Wintershall niet overtuigend weerleggen. Het hof concludeerde dat Unocal als professionele partij op de hoogte had kunnen en moeten zijn van deze gebruikelijke praktijk en dat de royalty derhalve slechts over het aandeel van Wintershall (48%) berekend moet worden.
Daarnaast verwierp het hof het beroep van Unocal tegen de proceskostenveroordeling en bevestigde het de kostenveroordeling ten laste van Unocal in hoger beroep. Het bestreden vonnis van de rechtbank werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de royalty slechts over het aandeel van Wintershall moet worden berekend, niet over de totale productie.