ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ6701
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.J.J. Engel
- Th. Groeneveld
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afname vordering in rekening-courant als inkomen uit aanmerkelijk belang
Belanghebbende had een aanmerkelijk belang in A Holding B.V. en betwistte dat de afname van zijn vordering in rekening-courant in 2000 als inkomen uit aanmerkelijk belang moest worden belast. De Inspecteur had de aanslag verhoogd naar een belastbaar inkomen van f 922.226, waaronder de afname van de vordering.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende betreffende de aanslag ongegrond verklaard, stellende dat de afname van de vordering een aflossing betrof en dus belastbaar was. Het hof bevestigt dit oordeel en wijst het verweer van belanghebbende af dat er sprake zou zijn van een splitsing in een oude en nieuwe rekening-courant, waarbij betalingen niet tot aflossing zouden leiden.
Het hof motiveert dat bewust is gekozen om de financieringsbehoefte van het concern via de rekening-courant met de aandeelhouders in privé te laten lopen en dat de betalingen door A Holding B.V. feitelijk en rechtens tot afname van de rekening-courantvordering hebben geleid. Het aanbod van belanghebbende om getuigen te horen wordt afgewezen omdat dit geen ander oordeel zou opleveren.
Het hof bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten aan de wederpartij opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de afname van de rekening-courantvordering in 2000 terecht tot het belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang is gerekend.