ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2909
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van den Wildenberg
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige naar moeder bevestigd
In deze zaak stond de hoofdverblijfplaats van een minderjarige centraal. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats naar haar had afgewezen. Het hof stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en het Nederlandse recht van toepassing.
De moeder voerde aan dat zij inmiddels over een zelfstandige verblijfsvergunning beschikte, de Nederlandse taal voldoende beheerst en in staat is voor de minderjarige te zorgen, onder meer in een vrouwenopvang waar zij leert omgaan met diens suikerziekte. De vader stelde dat hij had ingestemd met de hoofdverblijfplaats bij de moeder en dat er daarom geen procesbelang meer was, maar het hof oordeelde dat de moeder wel degelijk procesbelang had omdat de minderjarige zonder titel bij haar verblijft.
Het hof constateerde dat ouders op 17 januari 2011 een ouderschapsplan hadden ondertekend waarin de hoofdverblijfplaats bij de moeder werd bepaald. Er was geen wijziging van omstandigheden die tegen deze afspraak sprak. De minderjarige verblijft met instemming van de vader bij de moeder, het gaat goed met het kind en er is regelmatig contact met de vader. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en bepaalde dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder zal zijn. De kosten van de procedure werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder zal zijn.