ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ2323
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- T.H. Tanja-van den Broek
- G.J. Heevel
- S.N. Vlaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verrekening kosten in kader volmacht bij verkoop landgoed
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de dochter kosten die zij in het kader van een volmacht voor het beheer en verkoop van een landgoed aan haar moeder had gemaakt, verrekend mochten worden met een vordering van de moeder op de dochter.
De moeder betwistte diverse kostenposten en stelde onder meer dat sommige betalingen verjaard waren of dat de dochter geen opdracht had gegeven voor bepaalde uitgaven. Het hof oordeelde dat de moeder onvoldoende gemotiveerd had betwist dat de kosten ten behoeve van het landgoed waren gemaakt en dat de dochter gerechtigd was tot verrekening, ook als sommige vorderingen verjaard zouden zijn.
Het hof nam een gedetailleerde analyse van de kostenposten over meerdere jaren, waarbij het merendeel van de door de dochter overgelegde bewijsstukken als voldoende werd beoordeeld. De moeder kon niet aantonen dat de dochter kosten maakte voor eigen belang of zonder opdracht. Uiteindelijk vernietigde het hof het eerdere vonnis voor het volledige bedrag en stelde een lager bedrag vast dat de dochter aan de moeder moet betalen, vermeerderd met wettelijke rente.
De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de familieverhouding en het gedeeltelijk gelijk krijgen van beide partijen. Het arrest werd uitgesproken door drie rechters op 5 april 2011.
Uitkomst: De dochter moet €195.929,73 plus wettelijke rente aan de moeder betalen, met verrekening van gemaakte kosten.