ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1661
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stollenwerck
- Labohm
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en terugvordering belastingtoeslagen onder Marokkaans recht
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgemeenschap centraal, met name de kredietfaciliteit bij de ABN AMRO bank en de terugvordering van belastingtoeslagen over de jaren 2006 tot en met 2008. De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot verdeling van de schulden werd afgewezen.
Het hof bevestigt dat het huwelijksvermogensregime van partijen wordt beheerst door Marokkaans recht, maar dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat partijen in Nederland hun gewone verblijfplaats hebben. De vrouw baseert haar vordering op artikel 2 van Pro de Wet conflictenrecht huwelijksbetrekkingen (WCHb), stellende dat de kosten uit de kredietfaciliteit en de teruggevorderde toeslagen kosten van de gewone gang van de huishouding zijn.
De man erkent dat een deel van het krediet is gebruikt voor huishoudelijke kosten en dat hij betalingen heeft gedaan voor huur en nutsvoorzieningen. Het hof oordeelt dat de terugvordering van de belastingtoeslagen eveneens als kosten van de huishouding kan worden aangemerkt. Echter, vanwege het ontbreken van volledige inkomensgegevens en een overzicht van de kosten en betalingen, kan het hof geen regresvordering vaststellen.
Het hof ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling en bekrachtigt de bestreden beschikking, wijzend het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens onvoldoende onderbouwing van de regresvordering.