ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1391
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Brants
- Van Dijkhuizen
- Lohuis
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gedwongen ontheffing vader van ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid en belang kinderen
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Middelburg waarbij de vader gedwongen werd ontheven van het ouderlijk gezag over zijn twee minderjarige dochters na een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
De vader betwistte de ontheffing en stelde dat zijn situatie stabiel was en dat er positieve ontwikkelingen waren in de relatie met zijn kinderen. Hij voerde aan dat er geen ernstige bedreiging was voor de belangen van de kinderen en dat het doel van de ondertoezichtstelling nog behaald kon worden.
De Raad voor de Kinderbescherming, de stichting Bureau Jeugdzorg Zeeland en de pleegouders stelden echter dat de vader ongeschikt en onbetrouwbaar was, dat de kinderen behoefte hadden aan zekerheid en dat de huidige maatregelen onvoldoende waren om hun belangen te beschermen.
Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende had onderbouwd dat zijn situatie stabiel was en dat hij ongeschikt en onmachtig was om zijn opvoedingsplicht te vervullen. Het belang van de kinderen bij een ongestoorde hechting en continuïteit in hun opvoedingssituatie prevaleerde boven het belang van de vader om het gezag te behouden.
Daarom werd de beschikking van de rechtbank Middelburg van 20 oktober 2010 bekrachtigd, waarbij de stichting werd benoemd tot voogd en de vader ontheven werd van het gezag, met behoud van zijn omgangs- en informatierechten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de gedwongen ontheffing van de vader van het ouderlijk gezag en benoemt de stichting tot voogd over de kinderen.